INTERVIEW MET IRENE OVER
DYSLEXIE
Bij het geven van de typeles
kom ik regelmatig kinderen tegen met dyslexie. Om deze kinderen zo goed mogelijk te kunnen begeleiden heb ik
contact gezocht met Irene. Irene is deskundige op het gebied van dyslexie, en daarom ben ik erg blij dat ik haar
hierover een aantal vragen heb kunnen stellen. Omdat ik heb gemerkt dat veel ouders ook met vragen zitten, heb
ik het volgende interview met Irene op papier gezet. De groene tekst is van mij (Judith van Lohuizen), en de
zwarte tekst van Irene.
Hallo Irene, fijn dat je bereid bent om een aantal vragen te beantwoorden. Ik heb bij de typeles
regelmatig kinderen met dyslexie, en ik wil er graag wat meer van weten. Wat is het, en hoe kan ik deze
kinderen het beste helpen. Ik weet dat er ook veel ouders zijn met dyslectische kinderen, die met een
heleboel vragen zitten. Ik hoop dat we vandaag een aantal vragen kunnen beantwoorden.
Misschien kun je om te beginnen kort iets over jezelf vertellen. Wie ben je, wat doe je, wat is
je achtergrond en hoe ben je er toe gekomen om je in dyslexie te verdiepen.
Hallo Judith. Ik hoop dat ik je
kan helpen en dat ook de ouders wat aan mijn informatie zullen hebben.
Ik ben Irene, getrouwd met Mart
en heb twee zoons, Daniël en Lukas.
Na het VWO en PABO, ben ik me
al snel gaan verdiepen in het fenomeen dat sommige leerlingen snel leren en andere leerlingen een stuk langzamer
lijken te leren. Terwijl je soms andere verwachtingen hebt.
Ik heb daarom extra scholing
gevolgd over bijvoorbeeld Nederlands leren aan buitenlandse kinderen. En over de beste omstandigheden voor het
aanleren van een taal.
Toen ik hogere groepen kreeg,
ben ik me meer gaan specialiseren in dyslexie. De wachtlijsten hier in Rotterdam met betrekking tot onderzoek
zijn lang. Ik hoopte die te kunnen omzeilen door zelf kennis in huis te hebben en al met de leerlingen aan de
slag te kunnen gaan.
Ik heb daarom de studie FIKTW
gevolgd, bij hogeschool Inholland. Ik kan en mag de taalkundige onderzoeken van dyslexie afnemen en
interpreteren, ik kan vaststellen dat een kind kenmerken van dyslexie vertoont en ik kan een behandelplan
opstellen en uitvoeren. Alleen mag ik van de gezondheidsraad niet vaststellen dat een kind dyslectisch is, dat
mag in Nederland alleen een orthopedagoog of een neuropsycholoog.
Naast dyslexie heb ik me ook
verdiept in grafomotoriek, omdat tijdens de onderzoeken steeds duidelijker werd dat er bij sommige kinderen een
relatie is tussen de motoriek van het schrijven en dyslexieachtige klachten tijdens het spellen. Grafomotoriek
is de bewegingsleer die te maken heeft met leren schrijven.
Ook heb ik me verdiept in
Braingym. Hierbij worden de hersens gestimuleerd door met het lichaam te bewegen. Soms kun je leerblokkades
hiermee opheffen. Voor mij vallen fiktw, Braingym en grafomotoriek op een logische manier samen.
Het is duidelijk dat je een heleboel over dyslexie weet. Maar wat is dyslexie nu eigenlijk? Kun
je me daar wat meer over vertellen?
De gezondheidsraad in Nederland
hanteert de volgende definitie: Dyslexie is een ernstig lees- en/of spellingprobleem waarbij de automatisering
van de woord-identificatie (lezen) en/of de schriftbeeldvorming (spellen) zich niet, dan wel onvolledig of zeer
moeizaam ontwikkelt. Daarnaast geldt:
-
het probleem is niet van tevoren te
voorspellen
-
de problematiek is
hardnekkig
-
er zijn geen uitsluitings
criteria
-
er zijn geen andere
oorzaken
-
er is een discrepantie tussen het cognitief
niveau en de lees/spellingprestaties.
Door deze definiëring heeft
zo´n beetje 25 % van de Nederlanders in meer of mindere mate dyslexie.
De definiëring van de
wereldgezondheidsraad is iets anders. Zij leggen een verband met vermoedelijke erfelijkheid en noemen zeer
uitdrukkelijk een neurologische oorzaak. Volgens de wereldgezondheidsraad wordt dyslexie veroorzaakt door een
mogelijke afwijking in de hersenen. Daarom mogen alleen neuropsychologen dyslexie vaststellen. Door de
Nederlandse definitie kunnen hier ook orthopedagogen rijk worden met dyslexieverklaringen: een gemiddeld
onderzoek kost zo´n 750 euro.
Ik begrijp dat er
verschillende soorten dyslexie zijn die zich op verschillende manieren uiten. Klopt dat?
Er zijn verschillende
verklaringen voor dyslexie. Misschien kunnen we het beste eerst kijken naar dyslexie op neurologische basis. Dus
hoe een afwijking in de hersenen de oorzaak kan zijn van dyslexie.
In de hersenen zijn twee
taalcentra die actief zijn bij het leren lezen. Is er iets fout in die gebiedjes, dan heb je mogelijk
dyslectische klachten. Het gebied van Broca zorgt ervoor dat je woorden en letters kunt benoemen. Is dit gebied
beschadigd (na beroerte/ongeluk) of aangeboren, dan kun je geen letters (meer) benoemen en kunt bijvoorbeeld ook
geen woorden meer kiezen om te zeggen wat je denkt.
Het tweede gebied is het gebied
van Wernicke: dit helpt je de juiste volgorde van letters/zinnen te onthouden. Maar ook hoe je letters moet
uitspreken wordt hier geregeld. Dat je ´lol´zegt en niet ´ljolj´, je tong staat dan op de verkeerde plek.
Wanneer er iets mis is in deze
hersengebieden, dan heb je dyslexie met een neurologische basis. Om te leren lezen, zul je leren lezen op een
andere manier vorm moeten geven, want de gebruikelijke manier heeft weinig effect.
Er zijn aanwijzingen dat
testosteron een rol speelt tijdens de zwangerschap. Teveel of te weinig zorgt voor afwijkingen/storingen in een
van deze taalcentra. Je kunt hier als zwangere vrouw weinig invloed op uitoefenen. Of een teveel aan testosteron
tijdens de jeugd ook stoornissen veroorzaakt, daar is nu nog weinig over bekend. Het zou kunnen verklaren waarom
jongens vaker klachten hebben dan meisjes. Het maakt op dit moment voor de behandeling niets uit, in de toekomst
mogelijk wel
Een neurologische afwijking is dus een mogelijke oorzaak. Je had het daarnet ook over Braingym.
Ik begrijp dat je hierbij de samenwerking van de beide hersenhelften stimuleert. Kun je ons daarover wat
vertellen?
In de kinesiologie is het idee
dat de hersenhelften van een dyslect niet goed samenwerken. De letters worden in de linkerhersenhelft
ontsleuteld en moeten in de rechterhersenhelft samengevoegd worden tot een woord.
Door stress, door negatieve
spanning, door onbekendheid met de bewegingsmogelijkheden van het lichaam, door onzekerheid of door
overstimulering van een bepaalde hersenhelft (door televisie/computerspelletjes bijvoorbeeld) kan die
informatieoverdracht gestoord raken. De hersenbalk (corpus
callosum), die normaal informatie moet doorgeven, is dan een blokkade,
waar de informatie niet langskomt.
Door oefeningen te doen met het
lichaam, kun je de hersenhelften stimuleren en de blokkades opheffen.
Daarnaast gaan zij ervan uit
dat in het lichaam veel afvalstoffen aanwezig zijn, die opgeruimd moeten worden. Veel water drinken helpt
hierbij!
Op welke manier de resultaten
tot stand komen is mij niet helemaal duidelijk. Ik werk veel met Braingym oefeningen en behaal soms
spectaculaire resultaten: in zes weken tijd van AVI 0 naar AVI 6 bij leerlingen die al anderhalf jaar RT hebben.
Dat is geen uitzondering!
De leesklinieken werken met een
zwakke afgeleide van deze versie, zij laten de grote lichamelijke oefeningen weg, maar werken wel met voelen en
letters flitsen in de linkerkant/rechterkant van het scherm van de computer. Het grappige is dat dhr Mommers
(ja, die van Veilig Leren Lezen!), eerst de theorie omarmd heeft en een behandelstrategie hierop heeft
afgestemd, maar dit later weer herroepen heeft. Hij is het nu niet langer eens met zijn eigen theorie, de
leesklinieken werken nog wel op basis van zijn theorie.
Braingym (edukinesiologie) kom
je soms tegen in de klas: kinderen moeten dan kruisloopoefeningen doen en mogen water
drinken.
Okay, we hebben het nu gehad over een neurologische afwijking als mogelijke oorzaak en over de
samenwerking van beide hersenhelften. Zijn er nog meer mogelijke oorzaken van dyslexie?
Soms kunnen de problemen ook
liggen doordat de ogen niet goed functioneren. Je kunt dan naar een optoloog gaan.
De optoloog is een
oogdeskundige, die heel uitgebreide metingen doet. Niet alleen de scherpte van de ogen, maar ook de accommodatie
(scherp stellen), of kinderen een leesregel vast kunnen houden, ruimtes tussen woorden zien, etc. Meestal vindt
de optoloog iets en kan er behandeld worden. De metingen kloppen vaak ook echt!
Er kunnen oefeningen gedaan
worden met balletjes die bewegen en die door de ogen gevolgd moeten worden. Je traint hiermee de oogfunctie. Let
op: je kind is dan niet dyslectisch, maar heeft een probleem met de ogen!
Op Internet kun je de
dyslexiebril vinden en bijvoorbeeld ook leesregels die tekst vergroten en de te lezen regel ´onderstrepen´. Die
oplossingen komen uit deze hoek, maar werken dus niet voor alle kinderen! Een eenvoudiger oplossing in de klas
is het kopiëren van de te lezen tekst en woorden laten onderstrepen tijdens het lezen, in een vloeiende
handeling.
Je hebt je ook verdiept in de grafomotoriek, in de motoriek van het schrijven. Wat heeft dat met
dyslexie te maken?
Grafomotoriek is de kennis van
de bewegingsleer van het schrijven. Het is in Nederland compleet in verval geraakt nu PABO-studenten geen lessen
meer krijgen over hoe je kinderen leert schrijven. En er is ook geen aparte kleuteropleiding meer, waarin
leerkrachten leren hoe een kind leert knippen, scheuren, prikken, een potlood vasthouden…etc.
Heel veel kinderen in Nederland
hebben een minder goede pengreep dan dat eigenlijk optimaal is, er wordt bovendien te weinig geschreven in de
klassen. Hierdoor ontstaat het effect dat kinderen geen bewegingspatronen meer automatiseren: schrijven blijft
dan net zo moeilijk als bijvoorbeeld je eerste autorijles of pianospelen.
Een voorbeeld: wanneer je je
handtekening zet, denk je daar meestal niet bij na, het is een automatische krul geworden (die meestal
onleesbaar is). Ga je erover nadenken, (je moet bijvoorbeeld een
bankpasje tekenen), dan lukt je handtekening niet zo goed of helemaal niet.
Op school schrijven kinderen te
weinig en meestal op de verkeerde manier, om zo´n automatische beweging te ontwikkelen. Schrijven is dan een
probleem op zich, hoe maak je ook al weer een k als lusletter? Het spellen raakt dan ondergeschikt: je kunt geen
twee dingen tegelijk. Kinderen die moeite hebben met het automatiseren van de schrijfbeweging vertonen dan
tijdens spelling dyslectische klachten en maken heel veel fouten.
Je kunt hier onderzoek naar
doen door de pengreep te observeren, het schrijftempo te analyseren en de schrijfbewegingen in kaart te brengen.
Door de schrijfbewegingen te automatiseren en het schrijfmateriaal aan te passen kun je soms het probleem
oplossen. Maar hoe langer je het probleem hebt, hoe minder je geoefend bent in goed spellen (bovendien: je hebt
dan een fout patroon deels geautomatiseerd): vaak moet ook op dat gebied nog een achterstand weggewerkt
worden.
We hebben al een hoop geleerd: over de hersenen, de samenwerking van de hersenhelften, de
oog-functie, over grafomotoriek. Wat is er nog meer?
Ouders weten niet altijd dat
extra vitaminen soms kunnen helpen. Dus het lijkt me goed dat ook even te noemen.
Serotonine is een stof die
nodig is om boodschappen succesvol door de zenuwbanen te leiden. Het lichaam maakt met behulp van vitamine B (50
mg per dag) zelf serotonine aan.
In een zenuwbaan zijn kleine
spleetjes, kiertjes te vinden. Serotonine vult die kiertjes op, waardoor een rails ontstaat waarlangs de
boodschap doorgegeven wordt. In onze voeding zitten veel te veel suikers, die de werking van vitamine B en/of de
serotonine blokkeren. De boodschap komt dan niet goed aan, omdat de rails waarlangs de boodschap geleid moet
worden, hapert.
Vaak zie je dan ook
ongeconcentreerdheid bij andere vakken en een overbeweeglijkheid bij het kind. Ze kunnen moeilijk nieuwe stof in
zich opnemen. Het is niet zo dat alle vormen van ADHD/dyslexie genezen kunnen worden!
In Nieuw-Zeeland en Australië
zijn ze op gebied van voedingsleer veel verder dan wij in Nederland en zal de leerkracht bijvoorbeeld wel
voedingssupplementen aanraden bij leerproblematiek. In Nederland staat dit in de kinderschoenen.
De OMEGA-3 visvetzuurcapsules
zijn een voorbeeld hiervan. Ze zouden het geheugen versterken en de hersens helpen nieuwe verbindingen te maken.
Veel ouders zijn er enthousiast over, de werking is wel anders dan die van vitamine B.
Je hebt nu een aantal mogelijkheden genoemd. Wat als ouders hierin nu niets
herkennen?
Heeft je kind nou geen
neurologische stoornis, is het nooit blootgesteld aan teveel of te weinig testosteron tijdens welk moment van de
ontwikkeling dan ook, eet het altijd gezond, is de motoriek goed ontwikkeld, kan het heel mooi en op het juiste
tempo schrijven, is er geen oogprobleem en loopt het prima luie achten, dan is het waarschijnlijk niet
dyslectisch. Dit geldt voor een heel groot deel van de Nederlandse kinderen.
Wat is er dan wel aan de hand?
Heel veel kinderen in Nederland lijden onder didactische verwaarlozing. Er zijn een aantal oorzaken aan te
wijzen en één daarvan is het ministerie van onderwijs zelf.
Vroeger werd het grootste deel
van de tijd op school besteed aan leren lezen, leren schrijven, leren reken en dan veel oefenkilometers maken.
De laatste jaren is de hoeveelheid tijd dat een kind naar school gaat afgenomen en moet er in minder tijd meer
gedaan worden. Sociale vaardigheden, hygiënisch gedrag, inzichtelijk rekenen, verkeer, dramatische vorming, ICT,
bewegen (gym/zwemmen) en techniek zijn voorbeelden van vakken die erbij kwamen en tijd afsnoepen van de
oefentijd voor taal, lezen en spelling.
Daarnaast is de opleiding
uitgekleed: er wordt ook in de opleiding minder aandacht en tijd besteed aan leesstrategieën en schrijfles. Voor
sommige kinderen is de oefentijd gewoon te weinig! (en de kwaliteit van het onderwijs te
slecht).
Een andere vinger gaat in de
richting van veel televisiekijken, computeren en thuis weinig lezen. Er is zoveel leuks te doen, dat kinderen
ook thuis minder leeskilometers maken, maar ook minder hun spieren trainen (weinig buitenspelen), minder hun
oogspieren trainen (veel tv-kijken en dus minder diepte kijken oefenen, minder accommoderen met hun ogen),
minder ooghandcoördinatie trainen (denk aan spelletjes spelen, pionnetjes verzetten, puzzelen, borduren, een
instrument bespelen), minder schijven ( je hebt een computer, MSN- taalgebruik) en minder taalgevoelig zijn
(andere taalachtergrond, taalverarming van de Nederlandse taal).
Al met al is het echt geen
wonder dat er veel kinderen problemen hebben op het gebied van leren lezen!
Dyslexie is dus niet zo’n simpel onderwerp. Er zijn meerdere oorzaken mogelijk, en dus ook
meerdere dingen die je kunt doen. Dat lijkt me heel lastig.
Wat het zelfs nog lastiger
maakt om dyslexie te behandelen, is dat er ook nog sprake kan zijn van een mix van achterliggende oorzaken.
Voor de behandeling maakt het
niet uit of je te maken hebt met dyslexie of een leesprobleem: je moet altijd de sterke kant van het kind zoeken
en om het probleem heen proberen het kind toch te leren lezen.
Wat wel uitmaakt: heeft het
kind een oogprobleem of een gehoorprobleem, dan moet eerst daaraan gewerkt worden.
Probleem is ook dat er zoveel
eilandjes zijn: de optologen werken niet samen met de onderwijsbegeleidingsdiensten, die weer niet samenwerken
met de neuropsychologen, niet met de logopedisten etc.(vul maar een reeks in, hij klopt altijd!) Iedereen blijft
vanuit zijn invalshoek kijken, terwijl er meer winst te behalen is wanneer er wel samengewerkt wordt.
Zoek uit waar het probleem zit
en stel dan een behandelplan op. Dat kan een mix zijn van strategieonderwijs, leeskilometers, oogoefeningen,
braingym en vooruit, ook een vitaminepil erbij.
Ik hoor dat veel
ouders niet goed weten of hun kind dyslexie heeft. Vaak zijn de kinderen getest en is de uitslag niet duidelijk.
Hoe kom je erachter of je kind dyslectisch is, en wat houdt zo’n test in?
Omdat er zoveel oorzaken zijn
van dyslexie en omdat de wereldgezondheidsraad en de Nederlandse gezondheidsraad afwijkende definities hanteren,
is het inderdaad lastig om vast te stellen dat een kind echt dyslectisch is.
Bovendien heeft een echte
dyslect een dubbele handicap: de kwaliteit van het onderwijs is vaak niet zo geweldig en er is te weinig
leertijd voor alle leerlingen. Dus helemaal voor de dyslect die vaak juist baat heeft bij inprenting, dus veel
zou moeten herhalen.
Wanneer zo´n kind behandeld
wordt (op welke manier dan ook), maakt het vaak een sprong in de ontwikkeling, het lezen gaat vooruit. Wanneer
het lezen vooruit gaat, is er geen sprake van hardnekkigheid van de problematiek meer. Het kind heeft dan
kenmerken van dyslexie, maar krijgt geen dyslexieverklaring. Staat het weer langer stil, dan is de
hardnekkigheid weer aangetoond en wil een leeskliniek wel een verklaring afgeven.
Het RIAGG in Nederland is een
eigen praktijkje begonnen: op het moment dat een kind een leesachterstand heeft van meer dan 2 jaar, schrijven
zij een verklaring voor je. Hoe ze dat vaststellen weet ik niet, maar er zijn al heel wat kinderen in Nederland
die zo´n verklaring hebben.).
Het klopt dus dat ouders vaak
niet goed weten waar ze aan toe zijn.
Ik begrijp dat dyslexie niets te maken heeft met intelligentie. Ik heb zelfs gehoord dat Albert
Einstein dyslectisch was?
Albert Einstein was echt dyslectisch en
Michelangelo waarschijnlijk ook. Dyslexie heeft dus
inderdaad niets met intelligentie te maken. Je kunt hoogbegaafd zijn en toch dyslectisch, maar je kunt evengoed
minder begaafd zijn en dyslectisch.
Ik ga hier uit van de
neurologische vorm van dyslexie. Je kunt ook een oogprobleem hebben en dyslectisch zijn of een motorisch
probleem hebben en dyslectisch zijn.
Dit is meteen wel de reden
waarom orthopedagogen in Nederland wel dyslexieverklaringen af mogen geven. Zij mogen namelijk een IQ-onderzoek
afnemen en kunnen leesresultaten dan afzetten tegen het algemeen IQ. Is er een groot verschil, dan is het kind
mogelijk dyslectisch. Zij kunnen geen neurologische afwijking vaststellen, de wereldgezondheidsraad accepteert
het daarom niet.
Ook logopedisten werken vaak
met dyslectici, zij kunnen een taalkundig IQ-onderzoek doen en de resultaten afzetten tegen de resultaten van
lezen en spelling. Ze mogen dan weer geen verklaring afgeven.
Het probleem met Albert
Einstein en Michelangelo en eigenlijk met alle beroemde dyslecten is dat we wel het handschrift kunnen
analyseren, maar we geen onderzoek (meer) kunnen doen welke vorm van dyslexie de oorzaak is van de gemaakte
fouten. Dat kan dus ook dat oogprobleem zijn, of een tekort aan vitamine B. Want die Einstein was dus wel een
beetje hyperactief, met al die uitvindingen van hem. En Michelangelo ook….
Dyslexie is een handicap,
waarmee je een normaal leven moet kunnen leiden. Deze twee heren hebben mogelijk hun eigen oplossingen gevonden
om geen problemen met dyslexie te hebben, ze hebben hun handicap kunnen compenseren. Met de juiste hulp kunnen
kinderen meestal ook leren om te gaan met hun handicap en alternatieve manieren ontwikkelen om toch te leren
lezen. Want maar 2% van de bevolking is eigenlijk echt dyslectisch…
Als je als ouder vermoedt dat je kind dyslectisch is, wat zou je dan aanraden?
Je hebt nu vast in de gaten dat
dit geen eenvoudig antwoord gaat worden. De allerbelangrijkste is acceptatie. Bij kind en ouder, accepteer dat
het lezen anders verloopt dan je zou willen. En dan moet je pas gaan handelen, anders wordt het
paniekvoetbal!
Mijn eerste stap zou zijn om
met school te gaan praten, die moet aan de slag. Met een toets van Struiksma kan bij elk kind in kaart gebracht
worden of een kind visueel of auditief sterk is en of het een spellende of radende lezer is, of de letters
geautomatiseerd zijn en of het volgordegeheugen in orde is. Een hoop werk voor scholen, dit doen ze over het
algemeen alleen bij heel erge probleemgevallen, die doorverwezen worden.
Je kunt ook naar een
orthopedagoog gaan of naar een fiktw gecertificeerd iemand, die kunnen het ook voor je uitzoeken, maar dan moet
je het meestal zelf betalen.
Zijn er dingen die je thuis zelf kunt doen om je kind te helpen?
Waar je zelf thuis makkelijk
aan kunt werken is het trainen van de letters. Je kan kaarten maken met de verschillende letters. Je laat het
kaartje zien en het kind moet binnen 3 seconden de klank zeggen.. De klanken die fout zijn of langer duren,
oefen je extra. Ken je alle klanken, dan is het ook zinvol om veel voorkomende combinaties te oefenen zoals, pr,
sp. pl, -isch, -lijk, - heid, ge-, be- en ver-. Je merkt snel genoeg of het probleem hierin zit. Is dat het
geval, dan geeft 3x per dag met de kaarten oefenen vaak al een hele verbetering.
Taalgrapjes helpen bij veel
kinderen heel goed. Probeer eens van alles wat je zegt de eerste letter te vervangen door en B. Boe baat bet bet
bouw? Bet bij baat bet boet… In je hoofd ben je dan aan het lezen, verklanken, nieuwe combinaties aan het maken.
Zeg alle voorwerpen die je
afdroogt achterstevoren. Lekker makkelijk bij ´lepel´, maar mes en vork zijn echt veel moeilijker. Echte
dyslecten krijgen dit haast niet voor elkaar. (dit is meteen een stukje indicatie!)
Veel leeskilometers maken is
ook een belangrijke. Maar let op: Ga nou alsjeblieft niet weer van die vreselijke mus in het bos lezen, het
ondermijnt het zelfvertrouwen en is echt saai en suf. Kies een boekje op een hoger niveau (niet te dik) en
kopieer de bladzijde. Lees deze bladzijde eerst samen met je kind (terwijl het kind de woorden/lettergrepen met
een satéprikker onderstreept) en maak alle moeilijke woorden geel. Lees deze bladzijde een week lang, elke dag,
tot het kind de bladzijde zelf kan en niet meer struikelt over de moeilijke woorden. Doe dan de volgende
bladzijde. Dit werkt wel bij sommige kinderen, vraagt veel inzet van ouders.
Je kunt eenvoudige Braingym
oefeningen doen, die het kind helpen een bladspiegel beter te overzien of nieuwe letters leren vergemakkelijkt.
Er zijn ook oefeningen voor het schrijven: vloeiende bewegingen leren maken.
Je kunt ook een vispil en
vitamine B gaan geven en heel veel water drinken. Ik ben geen medicus dus dit mag ik niet adviseren, maar het
helpt sommige kinderen absoluut!
Veel gaan overschrijven heeft
ook een doel: je leert het motorische patroon, je oefent woordbeelden en je oefent het onthouden van volgordes.
Dit is wel een heel saaie, maar wanneer je een moppenboek neemt kun je er misschien iets leuks van maken. De
volgende dag moet je dan nog wel de overgeschreven mop aan je vader/broer/buurvrouw kunnen vertellen, dan krijg
je bonuspunten…
Luisterboeken zijn eigenlijk
een must: het kind hoort de verhalen die het zo moeilijk kan lezen. Hierdoor oefen je toch met zinsbouw,
zinsconstructie, leer je veel nieuwe woorden, maak je kennis met verhaalopbouw en kun je toch meepraten over de
nieuwste Harry Potter. Je mag zelfs zeggen dat je het gelezen hebt!
Er is best veel dat je kunt
doen. Dit is meteen een valkuil: je moet wel het goede kiezen en wat het goede is, moet je eigenlijk wel uit
laten zoeken door iemand die er verstand van heeft. Het gevaar is dat je anders echt hapsnap te werk gaat en
dingen doet die weinig zinvol zijn, waardoor je het kind juist verder frustreert.
Ik heb gelezen dat leren typen nuttig is voor kinderen met dyslexie. Weet jij daar meer
van?
Leren typen is absoluut heel
zinvol voor kinderen die dyslectisch zijn. Eigenlijk voor alle kinderen! Uit onderzoek is gebleken dat kinderen
die goed kunnen typen, betere werkstukken maken en betere opstellen schrijven dan kinderen die geen typeles
gehad hebben. Ze maken langere zinnen, gebruiken meer bijvoeglijke naamwoorden en de lengte van de teksten is
ook langer.
Waarschijnlijk komt dit omdat
het typen geen moeite meer kost: dat wat het kind bedenkt kan het meteen op papier zetten, zonder eerst de
moeizame handeling van de juiste letter zoeken, hoofdletter maken, komma zoeken etc te hoeven doorworstelen.
Voor de dyslectische kinderen
speelt nog een belangrijk aspect mee: de spellingcontrole op de computer helpt hen hun werk te controleren.
Daardoor wordt een kind ook zekerder over het eindproduct, zodat het leren een stukje makkelijker verloopt.
Om goed te kunnen leren typen,
moet je kilometers maken. Kilometers die vooral via inprenting verlopen, juist dyslecten hebben daar profijt
van. (je oefent het leren lezen een soort van opnieuw: alle letters worden weer aangeleerd, maar nu in een
motorische context: een patroon om de letter te vinden)
Waar je wel tegenaan kunt
lopen, is dat de meeste toetsenborden met hoofdletters werken en niet met de op school aangeleerde letters. Voor
de één kan hier verwarring ontstaan: weer een ander symbool voor die toch al moeilijke letters die onthouden
moeten worden! Voor de ander is dit juist DE uitkomst: omdat het nieuwe kennis is (de letter heeft een andere
vorm) die aangeleerd wordt met een motorische handeling (de juiste plek op het toetsenbord vinden/aan een vinger
koppelen) blijft de kennis nu wel hangen!
Waar je wel problemen bij tegen
kunt komen, is het overtypen van teksten of letterreeksen. Is het kind neurologisch dyslectisch, dan kan het de
juiste vorm van de letter niet herkennen of kan het de volgorde niet onthouden. Op te lossen door de tekst voor
te lezen, werkt niet altijd.
Is het kind optologisch
´dyslectisch´, dan heeft het problemen om de regel vast te houden die het aan het lezen is. Voor deze kinderen
kan het helpen wanneer de te typen reeks voorgelezen wordt. De leeshandeling wordt dan omzeild. Grote letters
van verschillende lettertypen helpen het kind beter te kijken (typtempo zal wel dalen!) en regels wit tussen de
tekst (echt elke regel!) kan ook helpen.
Wanneer het kind weinig
taalgevoel heeft of een spellingprobleem heeft, lukt het niet om de volgorde van woorden te onthouden, het
verloop van de zin te voorspellen of de juiste tekenreeks te produceren om een wel goed gelezen woord correct te
spellen. Dit kun je bijna niet ondervangen.
Tenslotte kan er ook een
probleem liggen in de motoriek: de laatste jaren is de beweeglijkheid van de vingers van kinderen ernstig
afgenomen. (minder spelletjes spelen, puzzelen, borduren, kleien, bloemen plukken en kettingen rijgen etc maar
ook verkeerd schrijfonderwijs en fijnmotorisch onderwijs in de kleuterleeftijd op school) het kind denkt dan een
goede letter aangeslagen te hebben, maar door verminderde beweeglijkheid van de vingers, tikte het net de letter
ernaast ook aan. (Je ziet dan dat kinderen veel naastgelegen letters getikt hebben. Bekende voorbeelden zijn
iop (i is aangetikt tijdens het tikken van de o) en wen (w is
aangetikt tijdens het tikken van de e) Door een tekst op deze manier te bekijken, kun je de motorische
onhandigheid soms ontdekken. Proefje: laat een kind in hoog tempo de wijsvinger naar de top van de neus brengen
of afwisselend met alle vingers trommelen. Lukt dat niet? Dan eerst daaraan werken!
Bij het typen merk ik dat dyslectische kinderen vaak letters door elkaar halen. Heb je daar tips
voor?
Tja, die letters door elkaar
halen, dat is echt een kenmerk van dyslexie. Dat ondervang je niet door de tekst te vergroten of regels wit
ertussen te laten. Een stukje oplossing kan het voorlezen van de te typen reeks zijn, je hoeft dan niet de
moeilijke leeshandeling eerst uit te voeren. Het typetempo gaat hierdoor omhoog. ( maar niet bij alle kinderen)
Weet je van een kind dat het
altijd de AA en de EE door elkaar haalt, dan kun je die letters in de tekst een afwijkende kleur geven. De EE
altijd roze gemarkeerd en de AA altijd groen. Pas dit ook op je toetsenbord toe, dan kun je een automatisering
op grond van kleur tot stand brengen. Dit kun je ook met een ]DB verwarring of een U/N verwarring doen. Worden
het teveel letters, dan werkt het niet meer, je moet dan eerst met letterkaarten gaan flitsen om de letterkennis
op peil te brengen.
In principe hoeft een
dyslectisch kind niet op het toetsenbord te kijken, voor een dyslect moet de motorische handeling ook
geautomatiseerd worden! Je moet het kind wel langere leertijd gunnen. De inprenting verloopt langzamer, omdat er
eerst een andere hobbel overwonnen moet worden. Het kan helpen wanneer de te typen tekst eerst voorgelezen
wordt, maar dat hoeft niet het geval te zijn.
Een kind dat de F en de V door
elkaar haalt, is waarschijnlijk niet dyslectisch (kan wel!) maar heeft een verkeerde klankkoppeling die meer van
logopedische aard is. Een V voel je tijdens de uitspraak een F niet. Van tevoren woorden met die letter laten
markeren en laten voelen en dan de tekst laten tikken kan helpen.
Maar voor alle problemen geldt:
hoe langer het probleem bestaat, des te langer duurt het om het weer op te lossen. Probeer altijd te denken
vanuit substitutie: vervang het verkeerde gedrag. Afleren werkt minder goed, je hebt dan de foutieve handeling
in je hoofd en je hersenen kunnen het woordje `niet`niet visualiseren. Je ziet jezelf dan de verkeerde handeling
doen, je spieren bereiden zich hier onbewust op voor en voor je het weet, is de handeling al uitgevoerd.
Denk aan jezelf op een
fietspad: er is een kuil en jij wilt er NIET door. In je hoofd zie je het plaatje van wat er gebeurt als je er
wel doorrijdt. Grote kans dat je er dan ook door rijdt, je spieren hadden die actie al voorbereid. Bedenk je dat
je er omheen moet, zie je dat plaatje in je hoofd en is de kans groot dat je er wel omheen kunt rijden.
Voor een verdere aanpassing van
het verwisselen van letters kun je ook heel ver gaan: een aanpassing van het toetsenbord. Je haalt die toets weg
en plakt er een heel klein, plat toetsje. De motorische handeling wordt dan gecompliceerder, de automatisering
verloopt sneller. Soms werkt schuurpapier ook.
Voor meer aanpassingen moet het
eerst duidelijker zijn welk type probleem het kind heeft
Heb je nog meer tips om het aanleren van typen gemakkelijker te maken?
Een aantal aanpassingen heb ik
al geprobeerd aan te geven bij andere vragen. Je hebt vaak pas iets aan een oplossing, als je weet in welke
context je die oplossing moet plaatsen.
Algemene tips:
- Je zou een
Braingymoefening kunnen laten doen om de concentratie te vergroten en eentje om een bladspiegel beter te
kunnen overzien. Dit zijn lichamelijke oefeningen die vaak verrassend veel effect hebben.
- controleer de
vingervlugheid voor je begint. Simpele oefeningen voor de vingervlugheid zijn het aantikken van rondjes of
het drummen van ritmes met al je vingers.
- controleer de letterkennis
voor je begint: elke letter moet binnen 3 seconden benoemd kunnen worden, dan is er sprake van
automatisering. Haal je dat tempo niet, werk dan eerst daaraan.
- Controleer de
spellingvaardigheid. Via www.woordkasteel.com ( gratis programma!) kun je een toets
maken. Het programma bekijkt of je het niveau van groep 7 behaald hebt. Is dit niet het geval, dan maakt
het oefenstof voor je aan, waarmee je je niveau kunt opkrikken. Is er sprake van een slechte
spellingvaardigheid, dan kan dit door te leren typen wel iets verbeteren, maar de typsnelheid en het
aantal fouten zullen waarschijnlijk wel een probleem blijven.
- bekijk of aangepaste
toetsenborden (dus met kleine letters) wenselijk zijn.
Irene, hartelijk
dank voor je toelichting. Ik heb er veel van geleerd.. Als ik nog ergens tegenaan loop of als er vragen komen
van ouders, dan kom ik graag bij je terug.
Als er nog vragen
zijn over bovenstaande tekst, dan hoor ik dat graag, liefst per e-mail: info@gigakids.nl. Dan kan ik deze vragen aan Irene voorleggen
en de antwoorden voor iedereen beschikbaar maken.
Als u
geïnteresseerd bent in een persoonlijk consult met Irene dan kan dat ook. Irene woont en werkt in
Rotterdam: iecka@chello.nl
|